Interview Jaap, vader ‘Julia’

“Julia is altijd een onzeker meisje geweest met een bepaalde kwetsbaarheid. Ik weet dat we sommige dingen in haar opvoeding niet handig hebben aangepakt. Mijn ex-vrouw en ik hebben bijvoorbeeld allebei druk gezet als het gaat om schoolprestaties. Toen ze zestien was, kwamen een aantal factoren samen. Ze kreeg haar eerste serieuze vriendje, waardoor ze waarschijnlijk dacht: nu moet ik er perfect uitzien. Ze deed eindexamen, waar ze bang voor was. En wij verhuisden van Rotterdam naar Gouda. Nu weet ik dat dat triggers kunnen zijn om een eetstoornis te ontwikkelen. Maar op dat moment had ik het niet door. Ik zag het pas toen het al te laat was. Dat was na ons vader dochter-weekend: Julia en ik waren met z’n tweetjes naar Parijs geweest. In vier dagen liepen we heel veel, zij hield de kilometers bij. Toen we thuis waren, was ze boos omdat ze maar driehonderd gram was afgevallen. Op dat moment viel voor mij alles van de afgelopen maanden op z’n plaats. Alle smoezen waarom ze niet mee at. Het eten dat ik verstopt op haar kamer had gevonden.

Ik dacht: ik moet nú handelen, naar de huisarts. Aan een goede vriendin die in de zorg werkt, heb ik gevraagd wat ik moest doen, Zij adviseerde om de ouderbijeenkomst van Stichting Kiem te volgen, om zo snel mogelijk te leren dat de ziekte een ander mens is in jouw kind. Dat er twee stemmen zijn. Want als je kan leren communiceren met je kind, dan kun je het misschien nog afremmen. Het heeft inderdaad geholpen om te accepteren dat het twee entiteiten zijn. Soms zei ik: ‘Lieve Julia, ik weet dat jij daar achter zit. Ik hou van jou. Kom alsjeblieft weer naar voren. Het komt goed. Ik ben bij je.’ Heel vaak werkte het, maar soms ook niet. Dan kreeg ik oorlog met de eetstoornis, zo noemde ik dat.

Vreemd genoeg hebben mijn vriendin en ik al vroeg tegen elkaar gezegd dat Julia weleens een eetstoornis zou kunnen ontwikkelen. Vanwege haar onzekerheid, die zich over de volle breedte van haar leven afspeelde. Pas na ons weekend Parijs viel haar gedrag aan tafel me op. Ze verdeelde het eten op haar bord, ze schoof het heen en weer en er bleef altijd een deel liggen.
Je moet als ouder goed op dat soort dingen letten. En wees alert als een vriendinnetje een eetstoornis heeft. Julia had een vriendinnetje met een eetstoornis waar het op een bepaald moment zo slecht mee ging dat ze werd opgenomen. Julia ging heel vaak bij haar op bezoek. Toen kreeg Juul het zelf en daarna nog twee uit het groepje. Alsof ze elkaar aanstaken.

Het is belangrijk om een eetstoornis te zien als ziekte. Het helpt niet om te zeggen dat je kind het fout doet of om de situatie te bagatelliseren. Ik voelde me machteloos, wanhopig en toen zei een vriend: ‘Zal ik anders een keer met haar praten? Ze moet gewoon weer eten!’ Ja joh, jij gaat een half uur praten met haar en de eetstoornis is weg? Het was goed bedoeld, maar ook frustrerend.

We zijn met zijn allen in therapie gegaan, dat hielp. Je kind heeft je nodig om de ziekte weg te jagen. Maar het kostte tijd. Soms ging het beter, dan weer minder. Wat ik andere ouders ook wil meegeven, is om alert te zijn als je kind een slecht zelfbeeld heeft, onzeker is. Julia voelde zich mislukt, heeft ze weleens gezegd. Dat hakte er bij mij wel in. Ik vind: als er iets misgaat, dan geeft het niet. Maar voor haar maakte dat wel uit. Ik straalde kennelijk ook uit: dat het wél geeft.

Ik denk dat ik dat nu niet meer uitstraal. Ik wil dat ze haar eigen keuzes maakt en die zijn allemaal oké. Julia moet haar eigen leven ontwikkelen, uitvinden wat voor haar werkt. Het is nog een beetje fragiel, maar ik heb er echt vertrouwen in. Haar eigen stem wordt steeds sterker.”