Klaske Glashouwer: “Samen maken we het verschil”
Klaske Glashouwer: “Samen maken we het verschil”
Klaske Glashouwer is GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut bij Accare en bijzonder hoogleraar eetstoornissen aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar werk verbindt ze wetenschap met de praktijk in de behandelkamer. “We hebben in dit werkveld mensen nodig die die brug slaan”, aldus Klaske. “Die met onderzoek richting geven aan behandeling, en met praktijkervaring zorgen dat de uitkomsten van onderzoek landen waar ze het hardst nodig zijn.”
Leerstoel: eetstoornissen bij jeugdigen
Klaske werd afgelopen jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar door Rijksuniversiteit Groningen en Accare. In haar leerstoel staat één groep centraal: kinderen en jongeren met eetstoornissen. Niet omdat volwassenen er niet toe doen, benadrukt ze, maar omdat juist vroege aandacht het verschil kan maken. “De adolescentie is een kwetsbare fase; daar ontstaan problemen vaak. Wil je de impact van eetstoornissen verkleinen, dan is het belangrijk om er vroeg bij te zijn om chronische klachten te voorkomen.”
Tegelijkertijd benadrukt Klaske: “Het zijn niet alleen maar die ‘dunne meiden van 16 met anorexia’. Eetproblemen komen op alle leeftijden voor en bij alle genders.” Dat is een belangrijk punt als het gaat om vroegsignalering en preventie: als je alleen het stereotype voor ogen hebt, mis je precies de groep die te lang onder de radar blijft.
Vroegsignalering bij BED en boulimia: vaak onzichtbaar
Dat brengt het gesprek bij wat vaak níét gezien wordt: Binge Eating Disorder (BED) en boulimia. Waar anorexia door een laag gewicht sneller alarmbellen doet rinkelen, zijn BED en boulimia lastiger vroeg te herkennen. En dat terwijl Binge Eating Disorder de meest voorkomende eetstoornis is. “Je kunt het beter verbergen en er is vaak veel schaamte,” zegt Klaske. Bovendien weten veel mensen niet dat wat zij ervaren, een behandelbare stoornis is. Dat maakt de route naar hulp ingewikkeld. Klaske denkt dat de huisarts en somatische zorg een belangrijke poort kunnen zijn, zeker waar overgewicht-gerelateerde klachten spelen. “Die kunnen, als ze daar goed in geschoold worden, een radar ontwikkelen, het bespreekbaar maken, informatie geven. Daar is echt nog veel te winnen. We moeten professionals beter scholen en mensen met een eetstoornis – en hun naasten – moeten beter geïnformeerd worden.”
Ketenaanpak
Wie vroeg wil zijn met ingrijpen, stuit vervolgens op de vraag hoe je preventie zinnig organiseert. Klaske is realistisch: “Preventie bij eetproblematiek is erg lastig. Ik geloof er niet in dat we één ding doen en dan is een eetstoornis te voorkomen. Zo werkt het niet.” Een eetstoornis ontstaat door een samenspel van factoren; dus moet de oplossing ook meerstemmig zijn. Daarom pleit ze voor grenzeloos verbinden. “Als je echt stappen wil maken in voorkomen, of in ieder geval snel erbij wil zijn, dan moeten we dat écht met elkaar doen: maatschappij, naasten, scholen, onderzoek, professionals. De hele keten moet samenwerken. Van onderzoek en vroegsignalering tot aan terugvalpreventie en nazorg.”
Lopende onderzoeken
Klaske werkt mee aan verschillende onderzoeken die richting geven aan wat er in de behandelkamer ingezet kan worden. “Wetenschappelijk onderzoek zou je kunnen zien als een soort lens waarmee je scherpstelt wat wel en wat niet werkt bij de behandeling van eetstoornissen”, stelt ze. “Zo onderzoeken we nu hoe zingeving samenhangt met eetproblemen en ontwikkelen we behandeling die daarop is gericht.”
“Ook willen we in de toekomst een interventie gericht op het vergroten van mediawijsheid gaan ontwikkelen. Daar gaat een nieuwe sociale media tool voor ontwikkeld worden, waarmee we jongeren online opzoeken die bezig zijn met eten en lichaamsbeeld, om hen betrouwbare info te kunnen geven.” Tegelijkertijd wordt er doorontwikkeld aan praktische tools: er is een geüpdatete zelfbeeldmodule op 99gram, een online zelfhulpplatform voor jongeren. De effectiviteit daarvan wordt komend jaar weer opnieuw onderzocht. Ook wordt er gewerkt aan screeningsinstrumenten die professionals helpen eerder goed te verwijzen.
Samen eetstoornissen aanpakken
Klaske benadrukt dat de afgelopen jaren al steeds meer initiatieven zijn gestart om de keten-aanpak van eetstoornissen te verbeteren. Onder andere in het K-EET netwerk en door initiatieven als LEUKK wordt er veel samengewerkt en kennis uitgewisseld. “Maar het is een uitdaging voor ons als werkveld om alles samen te brengen. Ook met alle politieke uitdagingen in deze tijd”, concludeert Klaske. “Het zou mooi zijn als het ons lukt om samen de eetstoorniszorg naar een next level te brengen.”
Wat kun jij als professional doen?
Signalen herkennen: let op eetbuien, schaamte, stress, dieetgedrag en negatieve gevoelens over lichaam en gewicht. Je kunt de signalenkaart van Stichting Kiem gebruiken ter ondersteuning.
Open gesprek voeren: bouw vertrouwen op, luister zonder oordeel en vraag naar de gevoelens achter het eetgedrag.
Comorbiditeit meenemen: wees alert op depressie, angst, trauma of middelengebruik bij patiënten met eetproblemen.
Passend doorverwijzen: vraag de huisarts om door te verwijzen naar passende hulp. Kies bij milde klachten voor zelfhulp, bij ernstigere problematiek de GGZ of specialistische GGZ. Ervaringsdeskundigen kunnen waardevol zijn tijdens overbruggingsperiode.
Vind eetstoornis zorgaanbieders in jouw regio op: zorgkaart.eetstoornissennetwerk.nl.
Casus overleggen met een eetstoornis-expert? Bel de K-EETi advieslijn (ma–vr 12:00–13:00): 085-760 3375.