Een eetstoornis begrijpen

Heel veel of juist weinig eten, in je eentje eten, extreem veel bewegen… waar komt dat vandaan? Om een eetstoornis te begrijpen, helpt het om te weten hoe die werkt. Je kunt je dierbare dan beter steunen en helpen.

Een eetstoornis gaat over veel meer dan dun willen zijn, of veel of weinig eten. Het is een manier om met lastige dingen in het leven om te gaan. Wel of niet eten geeft een gevoel van controle over negatieve gedachten als: ‘ik ben toch nooit goed genoeg’. Of: ‘ik ben niet de moeite waard’. Dat noemen we een coping-strategie. Een eetstoornis kan ook afleiden van schaamte of onzekerheid, of zelfs troost bieden. Tijdens het eten hoeft je dierbare bijvoorbeeld even niet aan die heftige ervaring uit het verleden te denken, of aan zijn of haar lage zelfbeeld.

 

Een constante staat van angst

Uit onderzoek blijkt dat mensen met een eetstoornis constant bang zijn. Rond eetmomenten is dat vaak het ergst. Calorieën, aankomen, op de weegschaal staan, het spiegelbeeld… dit zijn allemaal potentiële dreigingen. In principe is angst een nuttige emotie. Hij waarschuwt ons voor gevaar of dreiging. Daar reageren we allemaal op door te vechten of te vluchten. In extreem onveilige situaties verstarren we soms. Dan kunnen we even helemaal niets.

Fotograaf: Sarah Mei Herman

Vechten, vluchten of verstarren aan tafel

Iemand met een eetstoornis reageert op diezelfde drie manieren. Fight, flee of freeze, noem je ze ook wel. Nu begrijp je misschien dat die schreeuwpartijen aan tafel een gevecht zijn tegen elke hap. Net als die discussies over wat er wel gegeten wordt – en wat niet. Waarom je dierbare wegloopt van tafel. Of waarom hij of zij tijdens het eten niets hoort van wat je zegt, of na een eetbui geen idee heeft wat er is gegeten.

Kruip in het hoofd van iemand met een eetstoornis?

 

Jij kunt zorgen voor veiligheid

Als je dierbare bang is, kan hij of zij pas verder na het sein ‘veilig’. Jij kunt daarbij helpen. Door bijvoorbeeld samen letterlijk uit de situatie weg te lopen en een wandeling te maken. Op een andere plek te gaan eten. Of gewoon over iets heel anders te praten.

 

Neem de angst serieus

De meesten angsten over voedsel, calorieën verbranden en het uiterlijk zijn helemaal niet logisch. Maar voor mensen met een eetstoornis zijn ze waar. Het is belangrijk om die angsten te accepteren. Zo bied je veiligheid. Misschien vind je het lastig om bepaalde angsten serieus te nemen. “Hoezo, aankomen van een hap doperwtjes?” Neem de angst dan niet te letterlijk. Het gaat niet om de erwtjes, maar om de angst die een hap oproept. Jij bent vast ook ergens bang voor. Als je daaraan denkt, wordt inleven vast makkelijker.

 

Jouw hulp is belangrijk

Een eetstoornis is zwaar. Herstellen kan jaren duren. In die tijd voel jij je misschien soms machteloos. Maar je doet ertoe. Door bijvoorbeeld te proberen om te eetstoornis te begrijpen. En je te verdiepen in de behandeling. Uit onderzoek blijkt dat jouw begrip en steun het herstelproces versnelt.

 

Er is ook hulp voor jou

Een dierbare steunen met een eetstoornis is ook zwaar. Zorg daarom goed voor jezelf. Gelukkig staan er mensen en instanties klaar voor jou. Als je ouder bent van een minderjarig kind, kun je terecht bij een hulpverlener. Zonder je kind erbij bespreek je wat de eetstoornis met jou doet. Ook als je dierbare (nog) niet in behandeling is, kun je terecht bij lotgenotengroepen, inloophuizen, professionals en ervaringsdeskundigen. Zij steunen jou, zodat jij er kan zijn voor je dierbare.

‘Je hoeft niets uit te leggen, iedereen heeft aan een half woord genoeg. Dat geeft gelijk een enorme verbondenheid.’

Vader over de meergezinsdagbehandeling